De hoeraberichten over de verbetering van de Amerikaanse werkloosheidscijfers verdienen een stevige snuif nuance, stelt BNP Paribas-econoom Paul Mortimer-Lee. Verschillende bestuurders van de Federal Reserve hebben zelf al aangegeven dat de werkloosheidsgraad een onvolmaakte graadmeter is van de stand van de arbeidsmarkt, voert Mortimer-Lee aan.
'De volledige afname van de werkloosheidsgraad in het voorbije jaar valt te verklaren door de daling van de participatiegraad. Als die op hetzelfde niveau was gebleven als in maart 2011 zou de werkloosheidsgraad 8,8 procent geweest zijn in plaats van 8,2 procent nu.'
Pro memorie: de participatiegraad
meet de verhouding van het aantal mensen dat effectief werkt of werkt zoekt ten opzichte van de bevolking op arbeidsleeftijd. De werkloosheidsgraad
zet het aantal werkzoekenden af tegenover de som van de werkenden en de werkzoekenden, de beroepsbevolking dus.
Als werklozen gedemoraliseerd hun zoektocht naar een job staken, verdwijnen ze met andere woorden zowel uit de teller als de noemer van die laatste breuk. Daardoor daalt het werkloosheidspercentage, omdat je teller relatief sneller daalt dan je noemer.
Een puur statistisch effect dus, een nuance waar superduif Ben Bernanke maar al te graag aan voorbij gaat. In een speech enkele weken geleden zei de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank dat 'de verbetering in de arbeidsmarkt in het voorbije jaar - en dan vooral de daling van de werkloosheidsgraad - sneller is verlopen dan verwacht, gegeven het feit dat de economie in die periode maar aan een gematigd tempo is gegroeid.'
Of om nog eens een goed oud cliché boven te halen: 'Er zijn leugens, grotere leugens en statistieken.'
Bron: De Tijd